Geplande reisrust en het geheim van de twee oude duiven
Het werd Jess en mij snel duidelijk dat we toe waren aan vakantie. Toe aan vakantie binnen de vakantie. En dus kozen we er voor ons vier dagen in de rust van het idyllische Cafayate te laten onderdompelen. Na 3,5 uur rijden vanuit provinciehoofdstad Salta zagen we het schattige bergdorpje al liggen. Een vrijwel zelfvoorzienend plaatsje zonder ketens, grote supermarkten en kantoorgebouwen. Groente koop je hier op straat, vlees onder een golfplaat, wijn rechtstreeks bij de boer. En geitenkaas bij de geitenmensen. Dat ik me, onder bijzonder luid protest, zelfs liet dwingen tot een proeverij bewijst wat mij betreft wie de spreekwoordelijke broek aan denkt te hebben deze reis.
Eigenlijk was er helemaal niets te doen in het dorpje zelf. In vier dagen hebben we vier keer in hetzelfde barretje bananensap gedronken. Bijzonder lekkere bananensap overigens. De rust stond echter in schril contrast met het spektakel er omheen: de Quebrada de Cafayate! Ookwel de Canyon of Cafayate. Of het Ravijn van Cafayate zo u wilt. Een door erosie volslagen uit de hand gelopen natuurpark schonk ons witte, groene, gele en grijze stenen. En rode stenen. Enorm veel rode stenen. Of eigenlijk hard geworden gravel in de meest uiteenlopende vormen. Prachtig!
Ook in schril contrast met de rust van Cafayate, stonden twee van onze nieuwe vrienden. Isabel en Carlitos waren om dezelfde reden als wij hier naartoe gekomen. Toen ik onder het genot van een lokaal peperbiertje naar Boca – River keek waren Isabel en Carlitos er. Toen we de trekking buiten Cafayate gingen doen waren Isabel en Carlitos er. En met wie gingen we ´s avonds in de tuin van het hostel ´aan de asado´? Juist, met Isabel en Carlitos. In drie dagen kwamen we er geen moment tussen bij de reislustige zeventigers. In binnensmonds Argentijns-Spaans kwamen we alles over twee Zuid-Amerikaanse levens te weten, en in Nederlands-Argentijns-Spaans kwamen zij niets over twee Europese levens te weten. Schatten van mensen waren het vanzelfsprekend wel. Wilde ik toch even gezegd hebben.
Inmiddels zijn we na een enorm lange busreis in Rosario aangekomen. In twee dagen hebben we het eerste huis van Ché gezien, hebben we aan de een-na-langste rivier van het continent gezeten, hebben we het monument van de vlag (fan-tas-tisch) gezien, en is op kolderieke wijze mijn iPhone gestolen. Ik zat heerlijk op het balkon van onze kamer toen mijn stoel brak. Ik viel, liet m´n telefoon en Lonely Planet vallen, koos er in een opwelling voor de Lonely Planet te redden, en zag mijn iPhone naar beneden vallen. Binnen tien seconden stond ik op straat, maar een volgeling van Ché had ´m al meegenomen. Was toch een van mijn beste vrienden, die telefoon. Gelukkig was het erg gezellig op het politiebureau en hebben we een mooie aangifte met een nog mooiere stempel om thuis in te lijsten.
Over een uur vertrekken we naar Uruguay, en over tien dagen zijn we alweer in Nederland…
¡Besos!